ECLI:NL:HR:2005:AS8388

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/005HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:681 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen kennelijk onredelijk ontslag pianodocent

Eiseres, een pianodocent, werd ontslagen door Stichting Kunst en Cultuur Zoetermeer voor twee uur per week pianolessen. Zij vorderde bij de rechtbank onder meer herstel van de arbeidsovereenkomst, loonbetaling en schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter wees de vorderingen af. In hoger beroep bevestigde het gerechtshof deze beslissing en veroordeelde eiseres in de proceskosten.

Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee bleef het oordeel van de lagere instanties dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de eerdere afwijzing van haar vorderingen wegens kennelijk onredelijk ontslag blijft in stand.

Uitspraak

10 juni 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/005HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. W.G.H. van de Wetering,
t e g e n
STICHTING KUNST EN CULTUUR ZOETERMEER,
gevestigd te Zoetermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.Th.P. van Voorst.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 10 augustus 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Stichting - gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie Delft, en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. te verklaren voor recht dat het door de Stichting aan [eiseres] verleende ontslag kennelijk onredelijk is, voor zover het gaat om twee uur pianolessen per week met veroordeling van de Stichting in de kosten van de procedure;
en voorts
primair:
2. de Stichting te veroordelen de arbeidsovereenkomst voor twee uur per week met [eiseres] onmiddellijk te herstellen, onder verbeurte van een dwangsom van ƒ 500,-- (€ 226,89) per dag dat de Stichting in gebreke blijft aan het te dezen te wijzen vonnis te voldoen;
3. de Stichting te veroordelen om aan [eiseres] te betalen loon over twee uur per week dienstverband als pianodocent, 8% vakantiegeld en eindejaarsuitkering vanaf de periode 1 juni 2001, zijnde de dag van ontslag, tot herstel van de arbeidsovereenkomst, inclusief pensioenschade door pensioenbreuk vanaf 4 januari 2001, alles conform de geldende CAO en de voorwaarden van de overeenkomst die tussen partijen gold tot 1 juni 2001;
subsidiair:
4. de Stichting te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van ƒ 17.820,-- (€ 8.086,36) op grond van art. 7:681 BW Pro.
De Stichting heeft de vorderingen bestreden.
De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 10 januari 2002 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 14 maart 2002 de vorderingen afgewezen en de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.
Tegen het eindvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 26 september 2003 heeft het hof voormeld eindvonnis van de kantonrechter bekrachtigd en [eiseres] in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van de Stichting veroordeeld.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Stichting heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Stichting mede door mr. M. Huijsman, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 316,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 10 juni 2005.