3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Ostade Blade is verantwoordelijk voor de uitgave van het blad "Ravage", dat eens in de twee weken verschijnt. [eiser 2] is abonnee van dat blad. [Eiser 3] is als redacteur aan het blad verbonden.
(ii) Op 3 mei 1996 vanaf 15.35 uur is, met daartoe voorafgaand verleende toestemming van de rechtbank te Arnhem, op het kantoor van Ravage in Amsterdam huiszoeking ter inbeslagneming verricht onder leiding van een rechter-commissaris in strafzaken. Deze huiszoeking vond plaats in het kader van een gerechtelijk vooronderzoek tegen de daders van drie in oktober 1995, januari 1996 en april 1996 in Arnhem gepleegde bomaanslagen. De aanslag van 16 april 1996 was op 25 april 1996 opgeëist door het "Earth Liberation Front" in een zogenoemde 'claimbrief', gericht aan Ravage.
(iii) Ravage heeft op 2 mei 1996 een persbericht uitgegeven waarin de aandacht werd gevestigd op het op 3 mei 1996 verschijnende nummer van Ravage waarin melding zou worden gemaakt van de claimbrief. Dit persbericht vormde de directe aanleiding voor de huiszoeking. Noch Ostade Blade, noch een van de redacteuren van het blad is door justitie als verdachte van de bomaanslagen aangemerkt.
(iv) Op 3 mei 1996 was [eiser 3] op de redactie aanwezig. Voordat de huiszoeking begon heeft de rechter-commissaris hem meegedeeld dat justitie naar de claimbrief en naar mogelijke relaties tussen het Earth Liberation Front en Ravage zocht. [Eiser 3] heeft toen gezegd dat de claimbrief er niet was. Deze brief was - naar later is gebleken - direct na verwerking door de redactie vernietigd, hetgeen de redactie altijd doet met brieven waarbij de kans bestaat dat daarnaar later door justitie gezocht gaat worden. [Eiser 3] heeft ook, in strijd met de waarheid, aan de rechter-commissaris gezegd dat de abonnee-administratie niet op de redactie aanwezig was. Daarna is hij in de gelegenheid gesteld telefonisch contact met zijn advocaat te hebben. Om 18.10 uur is zijn advocaat in het pand aangekomen.
(v)Toen bleek dat het kopiëren van de geautomatiseerde bestanden geruime tijd zou vergen heeft de rechter-commissaris [eiser 3] voor de keuze gesteld of het kopiëren ter plaatse zou worden afgemaakt dan wel de geautomatiseerde bestanden zouden worden meegenomen teneinde deze elders te kopiëren. [Eiser 3] heeft voor het laatste gekozen. Daarop heeft de rechter-commissaris meegedeeld dat de geautomatiseerde bestanden op 6 mei 1996 zouden worden teruggegeven. Met betrekking tot de overige inbeslaggenomen goederen is afgesproken dat deze, voor zover niet relevant bevonden, uiterlijk 9 mei 1996 zouden worden teruggegeven.
(vi) Bij de huiszoeking zijn onder meer vier computers (waaronder, naar later bleek, die met het abonneebestand van Ravage), adreslijsten, een groot aantal door nieuwe abonnees ingevulde aanmeldingsbonnen, adreswikkels, een agenda, een telefoonklapper, een schrijfmachine, gegevens over contactpersonen en ander redactiemateriaal en privé-gegevens van redacteuren meegenomen. De huiszoeking is om 18.35 uur beëindigd.
(vii) Op het moment waarop de politie met de inbeslaggenomen goederen het pand wilde verlaten was de voordeur op slot. Buiten waren mensen samengestroomd die tegen de huiszoeking waren. [Eiser 3] kon naar zijn zeggen de sleutels van de voordeur niet geven omdat hij deze nog moest zoeken. De voordeur is toen ingetrapt. Bij het verlaten van het pand hebben de opsporingsambtenaren niet weten te voorkomen dat hun een aantal inbeslaggenomen goederen afhandig werd gemaakt. Dit heeft ertoe geleid dat op de lijst met inbeslaggenomen goederen meermalen de vermelding "ontbreekt" voorkomt.
(viii) Op 6 mei 1996 zijn de inbeslaggenomen computers teruggegeven. Op 10 mei 1996 zijn de inbeslaggenomen documenten en diskettes, voor zover niet afhandig gemaakt, teruggegeven. Alle daarop voorkomende informatie was gekopieerd. De inbeslaggenomen schrijfmachine is later teruggegeven. Begin juni 1996 heeft de rechter-commissaris het bevel gegeven alle bij de politie achtergebleven kopieën te vernietigen. Volgens de politie is dat gebeurd.