ECLI:NL:HR:2005:AS6160
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring herzieningsverzoek wegens ontbreken veroordeling
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Rechtbank Arnhem van 25 november 2002, waarin de aanvrager werd veroordeeld wegens overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Het Gerechtshof te Arnhem vernietigde dit vonnis en sprak de aanvrager vrij van het primair tenlastegelegde, terwijl het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard in het subsidiair tenlastegelegde.
De Hoge Raad beoordeelde het herzieningsverzoek en stelde vast dat het arrest van het Gerechtshof geen veroordeling bevatte die in kracht van gewijsde was gegaan. Op grond daarvan kon het verzoek tot herziening niet worden ontvangen, omdat herziening alleen mogelijk is bij een definitieve veroordeling conform artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de vrijspraak van de aanvrager.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen veroordeling in kracht van gewijsde is.