ECLI:NL:HR:2005:AS5891
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over externe reïntegratieplicht bij ontslag arbeidsongeschikte werknemer
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Verpleeg- en Zorgcentrum Lindestede en een voormalige werknemer die sinds 1979 in dienst was en op 24 februari 2000 arbeidsongeschikt werd. Lindestede had de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 november 2002 opgezegd met toestemming van de Centrale organisatie werk en inkomen, omdat herplaatsing binnen de organisatie niet mogelijk was.
De werknemer vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag op grond van artikel 7:681 BW Pro, stellende dat Lindestede tekort was geschoten in haar reïntegratieverplichtingen. Het hof Leeuwarden oordeelde dat Lindestede onvoldoende maatregelen had getroffen ter bevordering van externe reïntegratie en veroordeelde haar tot betaling van een schadevergoeding.
De Hoge Raad stelde echter vast dat de op de werkgever rustende verplichting tot externe reïntegratie krachtens artikel 8 lid 1 Wet Pro op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) niet van toepassing is op werknemers die vóór 1 januari 2003 arbeidsongeschikt zijn geworden, zoals in deze zaak. Hierdoor was het oordeel van het hof onjuist en vernietigde de Hoge Raad het arrest, verwijzend naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
De Hoge Raad reserveerde de beslissing omtrent de kosten van het cassatiegeding en stelde de kostenbegroting vast. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren op 29 april 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem wegens onjuiste toepassing van de externe reïntegratieplicht.