ECLI:NL:HR:2005:AS5881
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt levenslange gevangenisstraf ondanks overschrijding redelijke termijn cassatie
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden. Het hof had de verdachte veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens moord en doodslag, waarbij een eerdere vrijspraak deels werd vernietigd.
De verdachte stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden, wat volgens hem strafvermindering moest rechtvaardigen. De Hoge Raad oordeelde echter dat een levenslange gevangenisstraf zich naar haar aard niet leent voor vermindering vanwege termijnoverschrijding.
Voorts verwierp de Hoge Raad het argument dat artikel 13 EVRM Pro in een dergelijk geval strafvermindering zou vereisen. De rechter kan het nadeel van termijnoverschrijding voldoende compenseren door de constatering van de overschrijding zelf, conform jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om het arrest van het hof ambtshalve te vernietigen en bevestigde daarmee de opgelegde straf. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de levenslange gevangenisstraf ondanks overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.