ECLI:NL:HR:2005:AS4188
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van alimentatieverplichtingen na echtscheiding en hoger beroep
De vrouw verzocht bij de rechtbank echtscheiding en alimentatie voor zichzelf en de minderjarige dochter. De rechtbank sprak de echtscheiding uit, maar wees de alimentatieverzoeken af. De vrouw ging in hoger beroep bij het hof, dat de eerdere beschikking vernietigde en de alimentatiebedragen vaststelde: een bijdrage voor de verzorging en opvoeding van de dochter en een bedrag voor het levensonderhoud van de vrouw, met verschillende bedragen per periode.
De man stelde hiertegen incidenteel hoger beroep in, maar het hof handhaafde de alimentatieverplichtingen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de man niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Hiermee bleef de beschikking van het hof in stand, waarmee de alimentatieverplichtingen van de man aan de vrouw en de minderjarige dochter definitief werden vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de alimentatieverplichtingen zoals vastgesteld door het hof.