ECLI:NL:HR:2005:AS4112
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt arbeidskostenforfait voor Wajong-uitkering als inkomsten uit vroegere arbeid
Belanghebbende ontving in 2000 een Wajong-uitkering en loon uit een fulltime dienstverband met loondispensatie. De Inspecteur legde een aanslag op het belastbaar inkomen op, die na bezwaar werd gehandhaafd. Het hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris stelden cassatieberoep in.
De kern van het geschil was of de Wajong-uitkering onder het arbeidskostenforfait als inkomsten uit tegenwoordige arbeid viel. Het hof oordeelde van niet en stelde dat belanghebbende en een valide collega met gelijk brutoloon niet als gelijke gevallen konden worden beschouwd. De Hoge Raad stelde vast dat de Wajong-uitkering niet als directe tegenprestatie voor arbeid kan worden gezien, maar als inkomsten uit vroegere arbeid.
Belanghebbendes cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verklaarde het beroep van de Staatssecretaris gegrond, waarmee het beroep tegen de aanslag ongegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de Staatssecretaris gegrond, waardoor het beroep tegen de aanslag ongegrond werd verklaard.