ECLI:NL:HR:2005:AS4111
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Geen bezwaarrecht voor echtgenoot tegen kosten vervolging belastingaanslag
De zaak betreft een geschil over de ontvankelijkheid van een bezwaar tegen in rekening gebrachte vervolgingskosten voor een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1997. De echtgenoot van de belastingplichtige, die in gemeenschap van goederen is gehuwd, probeerde bezwaar te maken tegen de kosten die aan haar echtgenoot waren opgelegd.
De rechtbank en het hof verklaarden het bezwaar van de echtgenoot niet-ontvankelijk, omdat zij niet rechtstreeks belanghebbende was en de wet haar geen recht gaf tot bezwaar. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de echtgenoot slechts een afgeleid belang heeft via de huwelijksgemeenschap, maar niet zelf aansprakelijk is gesteld voor de kosten.
De Hoge Raad benadrukt dat noch de Algemene wet bestuursrecht noch de Algemene wet inzake rijksbelastingen de echtgenoot het recht geven bezwaar te maken tegen de kosten. Ook het argument dat redelijke wetstoepassing een gelijkstelling met de echtgenoot vereist, wordt verworpen omdat de echtgenoot niet rechtstreeks wordt getroffen.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst een veroordeling in proceskosten af. Hiermee blijft de weigering van bezwaarrecht voor de echtgenoot in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van de echtgenoot ongegrond en bevestigt dat zij geen bezwaarrecht heeft tegen de in rekening gebrachte vervolgingskosten.