ECLI:NL:HR:2005:AS4109
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Onverbindendheid voorwaarden tarief kampeerauto in motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over een periode in 1995, berekend tegen het tarief voor normale personenauto's. Belanghebbende stelde dat het motorrijtuig als kampeerauto moest worden belast, waarop het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch de naheffingsaanslag vernietigde en het lagere tarief voor kampeerauto's toepaste.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de leden 3 tot en met 5 van artikel 6 van Pro het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 wel bindende voorwaarden bevatten die het tarief bepaalden. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze leden geen zelfstandige tariefbepalingen bevatten en dat het Uitvoeringsbesluit niet afwijkt van het wettelijke tarief.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat het tarief voor kampeerauto's uitsluitend door de wet wordt bepaald. De naheffingsaanslag moest dan ook worden berekend volgens het wettelijke tarief. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het lagere tarief voor kampeerauto's bevestigd.