ECLI:NL:HR:2005:AS3252
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe omstandigheden
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een vonnis van de Rechtbank te Assen, waarin de aanvrager is veroordeeld voor meerdere diefstallen en pogingen daartoe, gecombineerd met bedreiging met geweld, en veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf.
De Hoge Raad beoordeelt of de aanvrage voldoet aan de wettelijke vereisten voor herziening, zoals neergelegd in artikel 457 Sv Pro en volgende. Deze vereisen dat de aanvrage nieuwe, met bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden bevat die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek anders zou zijn verlopen, bijvoorbeeld met vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging tot gevolg.
De Hoge Raad constateert dat de aanvrage geen dergelijke nieuwe omstandigheden bevat en daarom niet kan worden ontvangen. De aanvrage voldoet niet aan de eisen van artikel 459 Sv Pro, die voorschrijven dat de omstandigheid waarop de aanvrage steunt duidelijk moet worden omschreven en onderbouwd met bewijsmiddelen.
Daarom verklaart de Hoge Raad de aanvrage niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de eerdere veroordeling en opgelegde straf. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 11 januari 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe, met bewijsmiddelen onderbouwde omstandigheden.