ECLI:NL:HR:2005:AS2748
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoningsrecht voor duurzame samenwonenden buiten huwelijk en geregistreerd partnerschap
In deze zaak stond de vraag centraal of een betrokkene die duurzaam samenwoont met een verdachte, maar niet gehuwd is of een geregistreerd partnerschap heeft, een beroep kan doen op het verschoningsrecht ex artikel 217, derde lid, Wetboek van Strafvordering. De betrokkene werd als getuige opgeroepen in een strafzaak betreffende moord of doodslag en wilde zich beroepen op het verschoningsrecht.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het verschoningsrecht uitsluitend geldt voor echtgenoten en geregistreerde partners, niet voor andere vormen van duurzame samenwoning. Dit oordeel werd bevestigd door de Hoge Raad. De Hoge Raad benadrukte dat het verschoningsrecht een uitzondering vormt op de wettelijke getuigenplicht en dat de wetgever een duidelijke en werkbare begrenzing heeft gesteld door dit recht te beperken tot gehuwde en geregistreerde partners.
Hoewel deze regeling mogelijk leidt tot ongelijke behandeling van gelijke gevallen, acht de Hoge Raad deze ongelijkheid objectief en redelijk gerechtvaardigd. De bescherming van de 'family life' zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro wordt hiermee gewaarborgd binnen een duidelijk afgebakende kring, wat de rechtszekerheid dient. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat de betrokkene inmiddels uit gijzeling was ontslagen, maar behandelde de rechtsvragen inhoudelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep en bevestigt dat het verschoningsrecht beperkt is tot gehuwde en geregistreerde partners.