ECLI:NL:HR:2005:AS2747
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens bestaande WAM-verzekering op moment van overtreding
De aanvrager was door de kantonrechter veroordeeld wegens het niet hebben van een verplichte WAM-verzekering op 26 juni 2002 voor een motorrijtuig met een bepaald kenteken. De aanvrage tot herziening stelde dat er wel degelijk een geldige verzekering bestond op die datum, ondersteund door een verklaring van de verzekeraar.
De advocaat-generaal concludeerde dat de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond zou verklaren en, indien nodig, de tenuitvoerlegging van het vonnis zou opschorten of schorsen. De Hoge Raad oordeelde dat het nieuwe bewijs een ernstig vermoeden schept dat de kantonrechter de aanvrager vrijgesproken zou hebben als hij hiervan op de hoogte was geweest.
Daarom werd de herzieningsaanvraag gegrond verklaard en werd de zaak verwezen naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling en beslissing conform artikel 467, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.