ECLI:NL:HR:2005:AS2747

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01976/04 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • F.H. Koster
  • G.J.M. Corstens
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 467 SvWet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens bestaande WAM-verzekering op moment van overtreding

De aanvrager was door de kantonrechter veroordeeld wegens het niet hebben van een verplichte WAM-verzekering op 26 juni 2002 voor een motorrijtuig met een bepaald kenteken. De aanvrage tot herziening stelde dat er wel degelijk een geldige verzekering bestond op die datum, ondersteund door een verklaring van de verzekeraar.

De advocaat-generaal concludeerde dat de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond zou verklaren en, indien nodig, de tenuitvoerlegging van het vonnis zou opschorten of schorsen. De Hoge Raad oordeelde dat het nieuwe bewijs een ernstig vermoeden schept dat de kantonrechter de aanvrager vrijgesproken zou hebben als hij hiervan op de hoogte was geweest.

Daarom werd de herzieningsaanvraag gegrond verklaard en werd de zaak verwezen naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling en beslissing conform artikel 467, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.

Uitspraak

22 februari 2005
Strafkamer
nr. 01976/04 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Amsterdam van 3 december 2003, nummer 13/650249-03, ingediend door mr. S. Dalhuizen, advocaat te Amsterdam namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "als degene aan wie het kenteken is gegeven voor een motorrijtuig waarvan een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) sluiten en in stand houden", gepleegd op 26 juni 2002 met het motorvoertuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB], veroordeeld tot een geldboete van € 346,--, subsidiair zes dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, aangezien uit de aan de aanvrage gehechte bescheiden blijkt dat op 26 juni 2002 voor het motorvoertuig met het kenteken [AA-00-BB] wel een verzekering overeenkomstig de WAM van kracht was.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Kantonrechter zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
4. Beoordeling van de aanvrage
4.1. Bij de aanvrage is overgelegd een verklaring van 10 juni 2004 van [A] N.V., welke verklaring inhoudt:
"Ter voldoening aan het gestelde in artikel 34, lid 2, van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (W.A.M.) verklaart [A] (...) hierbij dat op 26.06.2002 voor het motorrijtuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB] een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de W.A.M. gestelde eisen voldeed."
4.2. Aan de inhoud van dit stuk, totstandgekomen en afgegeven nadat de Kantonrechter uitspraak had gedaan, valt een ernstig vermoeden te ontlenen, dat de Kantonrechter, ware hij daarmee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
5. Slotsom
Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Amsterdam van 3 december 2003;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 22 februari 2005.