ECLI:NL:HR:2005:AS2147

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02928/04 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek in zaak valsheid in geschrift

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin de aanvrager was veroordeeld voor meermalen gepleegde valsheid in geschrift. De aanvrager stelde dat nieuwe getuigenverklaringen, die niet tijdens het oorspronkelijke onderzoek bekend waren, zouden aantonen dat er geen relatie of gezamenlijke huishouding was met zijn ex-echtgenote in de tenlastegelegde periode.

De Hoge Raad beoordeelde het verzoek op grond van artikel 457 Sv Pro en concludeerde dat de nieuwe verklaringen geen ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot een vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zou hebben geleid. Dit mede vanwege belastende inhoud van een proces-verbaal van de Sociale Recherche.

Daarom werd het verzoek tot herziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 4 januari 2005.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de veroordeling voor valsheid in geschrift wordt afgewezen.

Uitspraak

4 januari 2005
Strafkamer
nr. 02928/04 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, van 19 augustus 2002, nummer 24/170007-02, ingediend door mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden van 31 januari 2002 - de aanvrager ter zake van "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. In de aanvrage wordt aangevoerd dat het onderzoek van de zaak destijds niet tot een veroordeling zou hebben geleid indien het Hof bekend zou zijn geweest met de nadien tegenover de Rechter-Commissaris afgelegde en bij de aanvrage gevoegde getuigenverklaringen die de dochters van de aanvrager hebben afgelegd in de strafzaak tegen zijn ex-echtgenote. Volgens de aanvrage kan uit deze verklaringen blijken "dat er in de tenlastegelegde periode geen sprake was van een relatie, samenwoning dan wel gezamenlijke huishouding" tussen de aanvrager en diens ex-echtgenote.
3.3. Gelet echter op de - de aanvrager belastende - inhoud van de bijlagen bij het proces-verbaal van de Sociale Recherche van de Gemeente Heerenveen van 24 januari 2001, kan het aangevoerde niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 3.1 vermeld.
3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 4 januari 2005.