ECLI:NL:HR:2005:AS2138

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02640/04 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • J.P. Balkema
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 577b SvArt. 561 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek inzake ontnemingsmaatregel

De aanvrager verzocht de Hoge Raad om herziening van een vonnis van de Politierechter te Zwolle, waarin hem een ontnemingsmaatregel was opgelegd ter waarde van €7.000, te vervangen door 140 dagen hechtenis bij niet-betaling. De Hoge Raad oordeelde dat een ontnemingsmaatregel niet kwalificeert als een veroordeling in de zin van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, waardoor het herzieningsverzoek niet ontvankelijk kon worden verklaard.

Daarnaast wees de Hoge Raad erop dat de rechter die de maatregel oplegt op grond van artikel 577b, tweede lid, Sv bevoegd is om op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de veroordeelde het vastgestelde bedrag te verminderen of kwijt te schelden. Ook kan de officier van justitie uitstel van betaling of betaling in termijnen toestaan op grond van artikel 561, derde lid, Sv.

De Hoge Raad verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de ontnemingsmaatregel zoals opgelegd door de Politierechter. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 4 januari 2005.

Uitkomst: Verzoek tot herziening van ontnemingsmaatregel niet-ontvankelijk verklaard door Hoge Raad.

Uitspraak

4 januari 2005
Strafkamer
nr. 02640/04 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Zwolle, zitting houdende te Lelystad, van 8 juli 2003, nummer 07/000831-02, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager de verplichting opgelegd om ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te voldoen een bedrag van € 7.000,--, bij gebreke van volledige betaling of volledig verhaal te vervangen door 140 dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
De aanvrage kan niet tot herziening leiden, reeds omdat oplegging van een ontnemingsmaatregel niet is een veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan daarom niet worden ontvangen.
Opmerking verdient dat de rechter die de maatregel heeft opgelegd op grond van art. 577b, tweede lid, Sv bevoegd is op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de veroordeelde het vastgestelde bedrag te verminderen of kwijt te schelden, en dat de officier van justitie op grond van art. 561, derde lid, Sv uitstel van betaling of betaling in termijnen kan toestaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 4 januari 2005.