ECLI:NL:HR:2005:AS1874
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen verplichting tot uitdrukkelijke vermelding van unanimiteit bij zwaardere straf in arrest
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin de verdachte werd veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf voor diefstal met braak, een straf die zwaarder was dan de vier weken gevangenisstraf opgelegd door de Politierechter.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de klacht dat het hof niet uitdrukkelijk had vermeld dat de zwaardere straf met eenparigheid van stemmen was opgelegd, zoals bedoeld in artikel 424, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad bevestigt echter de vaste rechtspraak dat geen wetsbepaling vereist dat in het arrest uitdrukkelijk wordt vermeld dat de zwaardere straf met unanimiteit is opgelegd. Ook kan deze verplichting niet worden ontleend aan andere rechtsregels, waaronder artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Daarmee wordt het middel verworpen en het beroep in cassatie afgewezen. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging aanwezig, zodat het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.