ECLI:NL:HR:2005:AR8892
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vrijstelling verzekeringsplicht volksverzekeringen
Belanghebbende verzocht het Bestuur om vrijstelling van de verzekeringsplicht ingevolge de volksverzekeringswetten, maar dit verzoek werd op 30 september 1994 afgewezen. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in bij de Rechtbank te Middelburg, dat eveneens ongegrond werd verklaard op 2 augustus 1999. Hiertegen stelde belanghebbende hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die de uitspraak van de Rechtbank bevestigde.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad overwoog dat belanghebbende tot 1 december 1994 niet onder de Nederlandse socialezekerheidswetgeving viel. Daarom was het besluit van het Bestuur om artikel 24 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 (BUB 1989) niet toe te passen, terecht. Klachten tegen deze beslissing faalden omdat het BUB 1989 toen niet van toepassing was op belanghebbende.
De overige klachten konden geen cassatie leiden omdat ze geen schending of verkeerde toepassing van wettelijke bepalingen betroffen. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de vrijstelling verzekeringsplicht blijft in stand.