ECLI:NL:HR:2005:AR8401
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak wegens onvoldoende motivering ne bis in idem in zedenzaak
In deze zaak stond de verdachte terecht voor meerdere zedendelicten gepleegd op een minderjarige tussen 1996 en 1998. Het hof had de vervolging toegelaten ondanks een eerder onherroepelijk vonnis waarin verdachte reeds was veroordeeld voor soortgelijke feiten. Het hof oordeelde dat de nieuwe feiten niet hetzelfde waren als de eerder bewezen verklaarde gedragingen, waardoor het ne bis in idem-beginsel niet werd geschonden.
De Hoge Raad stelt echter dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd. Gezien de aangifte van het slachtoffer valt niet uit te sluiten dat de nieuwe feiten gelijktijdig en in samenhang met de eerdere feiten zijn gepleegd, wat kan duiden op hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr Pro. Hierdoor is het oordeel van het hof onbegrijpelijk en dient de zaak opnieuw te worden berecht.
Daarnaast constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, wat bij de strafoplegging moet worden betrokken. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de tenlastelegging en strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd voor zover het de tenlastelegging en strafoplegging betreft en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.