ECLI:NL:HR:2005:AR7932

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/052HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling en faillissementsaanwijzing bevestigd door Hoge Raad

Verzoeker tot cassatie was onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die door de rechtbank Amsterdam definitief was toegepast met benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder. Op voordracht van de rechter-commissaris werd de regeling tussentijds beëindigd op grond van de Faillissementswet, waarna de rechtbank een curator benoemde en het faillissement uitsprak.

Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens werd door verzoeker cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten in het cassatiemiddel en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad verwierp daarom het beroep en bevestigde het arrest van het hof.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

11 maart 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/052HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Op verzoek van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - heeft de rechtbank te Amsterdam bij vonnis van 10 september 2001 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aan zien van [verzoeker] uitgesproken met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
Op 20 augustus 2003 heeft de rechter-commissaris een voordracht gedaan, strekkende tot tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsanerings-regeling op grond van art. 350 lid Pro 3, onder c en d, Faillissementswet (Fw).
De rechtbank heeft de voordracht behandeld op 7 oktober 2003, 7 januari 2004, 28 januari 2004 en 25 februari 2004 (pro forma).
De rechtbank heeft bij vonnis van 3 maart 2004 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en in het faillissement van [verzoeker] een rechter-commissaris benoemd en een curator aangesteld.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 9 april 2004 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 maart 2005.