ECLI:NL:HR:2005:AR7774
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastbaar inkomen na optieconstructie met aandelenverkoop
Belanghebbende was directeur van A N.V., die aandelen in F N.V. hield. Zonder toestemming van de raad van commissarissen verleende belanghebbende namens A een optie aan C Inc om aandelen F te kopen tegen een prijs ver onder de werkelijke waarde. C kocht de aandelen in 1994 en verkocht deze kort daarna met aanzienlijke winst.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende indirect aandeelhouder van C was vanaf 1994 en dat het voordeel van de aandelenverkoop door C werd gerealiseerd, waarvan een deel als uitdeling aan belanghebbende werd toegerekend. Belanghebbendes verweer dat het voordeel al in 1993 was genoten en dat het een informele kapitaalstorting betrof, werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat het voordeel in 1994 is genoten en belastbaar is gesteld op een bedrag van ƒ 7.774.400. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het belastbaar inkomen van ƒ 7.774.400 wordt bevestigd.