ECLI:NL:HR:2005:AR7254
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in te laat ingesteld hoger beroep wegens zware mishandeling
De verdachte werd in eerste aanleg door de Politierechter veroordeeld wegens zware mishandeling. Het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde de verdachte in hoger beroep. De verdachte stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad onderzocht ambtshalve de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Uit de akte van uitreiking bleek dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend aan een gemachtigde persoon, waardoor de termijn van veertien dagen voor het instellen van hoger beroep begon te lopen vanaf het vonnis van de Politierechter op 2 maart 2001.
Het hoger beroep werd echter pas op 7 mei 2001 ingesteld, wat na het verstrijken van de wettelijke termijn was. Hierdoor had het hof de verdachte niet-ontvankelijk moeten verklaren. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening.