ECLI:NL:HR:2005:AR5382
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling tot betaling achterstallige bedragen tussen partijen
De vrouw vorderde bij de rechtbank Zutphen betaling van een bedrag van ƒ 215.939,87 wegens achterstallige betalingen van de man. De man betwistte dit en stelde een tegenvordering in van ƒ 230.135,54. De rechtbank veroordeelde de vrouw tot betaling aan de man van ƒ 176.935,53 (€ 80.289,84) met rente en wees de overige vorderingen af.
Beide partijen stelden hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, waarbij de vrouw haar eis verminderde tot ƒ 95.826,37 en de man zijn eis vermeerderde tot ƒ 244.241,88 (€ 110.832,13). Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de betaling door de vrouw aan de man betrof en veroordeelde haar tot betaling van € 84.829,46 met wettelijke rente vanaf 3 februari 2000.
De vrouw stelde beroep in cassatie tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling betroffen. De kosten van het cassatiegeding werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem wordt bekrachtigd.