ECLI:NL:HR:2005:AR4847
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap dochters
Verzoekster heeft bij de rechtbank te 's-Gravenhage verzocht om vaststelling dat haar dochters de Nederlandse nationaliteit bezitten op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen omdat verzoekster niet heeft aangetoond dat haar dochters sinds hun geboorte staatloos zijn, een vereiste volgens artikel 6 lid 1 onder Pro b van de oude RWN om te kunnen opteren voor het Nederlanderschap.
Na een rapportage van het Internationaal Juridisch Instituut over het Armeens nationaliteitsrecht en reacties van partijen daarop, handhaafde de rechtbank haar afwijzing bij eindbeschikking van 13 november 2003. Verzoekster stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en de middelen verworpen op de gronden zoals uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het beroep af.
De beschikking werd gegeven door de raadsheren Fleers, Numann en Van Oven, en in het openbaar uitgesproken door vice-president Neleman op 14 januari 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van de dochters.