ECLI:NL:HR:2005:AR3700
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij overschrijding termijn niet verontschuldigbaar
Verdachte werd door de Politierechter veroordeeld wegens bedreiging en vernieling en verklaarde tijdens de zitting in hoger beroep te gaan. De politierechter gaf aan dat het hoger beroep binnen veertien dagen schriftelijk moest worden ingesteld. Verdachte stelde het daadwerkelijke hoger beroep echter pas na deze termijn in.
Het Gerechtshof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep vanwege overschrijding van de termijn. Verdachte voerde aan dat hij door de politierechter niet correct was geïnformeerd en dat hij dacht dat zijn mondelinge mededeling tijdens de zitting voldoende was om hoger beroep in te stellen.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel het Hof zijn motiveringsplicht niet volledig had nageleefd, de overschrijding van de termijn niet verontschuldigbaar was. De mondelinge mededeling voorafgaand aan het requisitoir was onvoldoende om te concluderen dat het hoger beroep tijdig was ingesteld. Het beroep in cassatie werd daarom verworpen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-verontschuldigbare overschrijding van de termijn.