ECLI:NL:HR:2005:AR1497
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt aanslag emigratieheffing pensioen-B.V. bij gelijktijdige emigratie en zetelverplaatsing naar België
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van A BV, emigreerde in 1996 met zijn gezin naar België, waarbij ook de zetel van A BV naar België werd verplaatst. Naar aanleiding hiervan legde de Belastingdienst een aanslag inkomstenbelasting op vanwege emigratieheffing op de pensioenaanspraak toegekend door A BV.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat het pensioen niet langer als pensioenregeling kwalificeerde en dat het belastingverdrag niet van toepassing was omdat geen grensoverschrijdende situatie bestond. Belanghebbende stelde cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat toepassing van artikel 11c van de Wet op de loonbelasting in deze situatie in strijd is met artikel 18 van Pro het belastingverdrag Nederland-België. Omdat belanghebbende en de zetel van A BV gelijktijdig naar België verhuisden, was sprake van inwonerschap in België op het moment van zetelverplaatsing. Hierdoor is het recht tot belastingheffing exclusief aan België toegekend.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de eerdere uitspraken, verminderde de aanslag aanzienlijk en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt de aanslag emigratieheffing en vermindert het belastbaar inkomen tot ƒ 35.252.