ECLI:NL:HR:2005:AP5952
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlengde navorderingstermijn douanerechten bij tijdige vaststelling schuld
Belanghebbende werd uitgenodigd tot betaling van douanerechten over goederen die in 1995, 1996 en 1997 voor het vrije verkeer waren aangegeven. Na afwijzing van bezwaar door de Inspecteur, verklaarde het Hof het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak van de Inspecteur.
In cassatie stond centraal of de verlengde navorderingstermijn van artikel 221, lid 3, van het Communautair douanewetboek (CDW) van toepassing is wanneer de douane binnen de gewone termijn van drie jaar de schuld had kunnen vaststellen. De Hoge Raad bevestigde dat de verlengde termijn alleen geldt indien de douane door een strafrechtelijk vervolgbare handeling niet in staat was het bedrag binnen die termijn vast te stellen.
De Hoge Raad verwierp het beroep van belanghebbende en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de uitspraak van het Hof stand hield. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de verlengde navorderingstermijn niet geldt indien de douane binnen drie jaar de schuld kon vaststellen.