ECLI:NL:HR:2004:AR7755
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt teruggaaf regulerende energiebelasting zonder vereiste algemeen nut beogende instelling
Belanghebbende, een culturele vereniging met circa 260 leden actief in beeldende kunst, vroeg teruggaaf van regulerende energiebelasting over het jaar 2000 op grond van artikel 36l, lid 11, van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). De Inspecteur wees dit verzoek af omdat belanghebbende geen algemeen nut beogende instelling zou zijn. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur zijn beschikking. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verleende gedeeltelijke teruggaaf.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelde dat noch de Wbm noch de uitvoeringsregeling voor 2000 vereiste dat een instelling algemeen nut beogend moest zijn om teruggaaf te verkrijgen. Het Hof had dan ook terecht geoordeeld dat belanghebbende aanspraak maakte op de teruggaaf vanwege haar culturele activiteiten en statutaire doelstellingen.
Het incidentele cassatieberoep van belanghebbende tot bekrachtiging van het hofvonnis werd eveneens ongegrond verklaard, omdat het principale beroep niet tot vernietiging leidde. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en legde een griffierecht op aan de Staat. Hiermee is de teruggaaf van regulerende energiebelasting bevestigd zonder de eis van algemeen nut beogende instelling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de teruggaaf van regulerende energiebelasting zonder vereiste van algemeen nut beogende instelling.