ECLI:NL:HR:2004:AR7753
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op gelijkheidsbeginsel bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor 1998 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 39.968. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 42.083, welke na bezwaar werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 42.034 na correcties.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat verbouwingskosten en investeringsaftrek bij andere firmanten en in een soortgelijk geval door een andere inspecteur waren geaccepteerd. Het Hof behandelde deze stelling echter niet. De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende niet in dezelfde positie verkeert als de overige vennoten en dat de handelwijze van een andere inspecteur niet aan de bevoegde inspecteur kan worden toegerekend.
De overige klachten van belanghebbende werden niet inhoudelijk behandeld omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag zonder schending van het gelijkheidsbeginsel.