ECLI:NL:HR:2004:AR6883
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing privégebruik auto door werknemer met meerdere werkgevers volgens Nederlands-Duits belastingverdrag
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van f 191.493. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd, waarbij het Hof oordeelde dat het voordeel van privégebruik van een auto die door de Nederlandse werkgever ter beschikking was gesteld, tot het inkomen uit dienstbetrekking behoort en belastbaar is volgens artikel 10 van Pro het Nederlands-Duitse belastingverdrag.
Belanghebbende stelde dat de auto mede door de Duitse dochteronderneming ter beschikking werd gesteld en dat het autokostenforfait niet als inkomen uit niet-zelfstandige arbeid moet worden gezien, zodat artikel 16 van Pro het verdrag (restartikel) van toepassing zou zijn. Het Hof verwierp deze stellingen en bevestigde dat de Nederlandse werkgever de auto ter beschikking stelde en dat het voordeel belastbaar is onder artikel 10.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof het verdrag en het Slotprotocol juist heeft toegepast, dat het autokostenforfait een op geld waardeerbaar voordeel is en derhalve onder artikel 10 valt Pro. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft verminderd volgens het arrest van het Hof.