ECLI:NL:HR:2004:AR5605
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen inbreuk op octrooi door afwijkende hefarmlengte en werking Sabina-lift
Impro Limited, houdster van het Nederlandse octrooi 190.471 voor een inrichting om patiënten vanuit een stoel naar een staande positie te brengen, vorderde in eerste aanleg dat Liko AB werd verboden inbreuk te maken op dit octrooi met haar Sabina-liften. Liko betwistte dit en stelde tevens het octrooi nietig wegens gebrek aan nieuwheid en inventiviteit. De rechtbank wees de vorderingen van Impro grotendeels toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen af, terwijl het de nietigheidsvordering van Liko verwierp.
De kern van het geschil betrof de uitleg van de octrooiconclusie, met name de eis dat de hefarm een effectieve lengte heeft die in de orde van grootte van een menselijk bovenbeen ligt. Het hof oordeelde dat de Sabina-lift een hefarm heeft die 1,5 à 2 keer zo lang is en dat de hefbeweging niet de parallellogrambeweging is zoals in het octrooi beschreven. Hierdoor valt de Sabina-lift niet onder de beschermingsomvang van het Impro-octrooi en is er geen inbreuk.
Impro stelde in cassatie dat het hof onjuiste maatstaven hanteerde en dat de Sabina-lift wel onder het octrooi valt, ook als equivalent. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de uitleg van het octrooi mede moet plaatsvinden aan de hand van de beschrijving en tekeningen, en dat het hof terecht oordeelde dat de afwijkende hefarmlengte en hefbeweging essentieel zijn voor de beschermingsomvang. Het cassatieberoep van Impro werd verworpen en de kosten werden aan Impro opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Impro wordt verworpen; de Sabina-lift maakt geen inbreuk op het Impro-octrooi.