ECLI:NL:HR:2004:AR5404

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/146HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vernietiging vonnissen en verwerpt cassatie in geschil over betaling en meerwerk

In deze civiele zaak stonden eisers en verweerster, beiden woonachtig en gevestigd op Aruba, tegenover elkaar in een geschil over betaling van een bedrag en meerwerk. Verweerster had bij het gerecht in eerste aanleg een verzoekschrift ingediend waarin zij eisers veroordeelde tot betaling van een bedrag vermeerderd met wettelijke rente, dan wel een door de rechter te bepalen bedrag. Eisers bestreden deze vorderingen en stelden een tegenvordering in.

Het gerecht in eerste aanleg deed bij tussenvonnis en eindvonnis verschillende veroordelingen tot betaling, waarbij zowel in conventie als reconventie bedragen werden toegewezen en afgewezen. Beide partijen stelden hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en deed een nieuwe uitspraak waarbij eisers werden veroordeeld tot betaling aan verweerster, met wettelijke rente, en hun eigen vorderingen werden afgewezen.

Eisers stelden vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Verweerster nam geen verweer in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. Tevens veroordeelde de Hoge Raad eisers in de kosten van het geding in cassatie, begroot op nihil aan de zijde van verweerster.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis van het hof waarbij eisers zijn veroordeeld tot betaling aan verweerster.

Uitspraak

17 december 2004
Eerste Kamer
Nr. R03/146HR
JMH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende op Aruba,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd op Aruba,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 4 februari 1998 ter griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, hierna: het gerecht, ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - zich gewend tot dat gerecht en verzocht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - te veroordelen om aan [verweerster] te betalen een bedrag van Afl. 106.539,31, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 1997, zijnde de dag van de eerste aanmaning, dan wel [eiser] c.s. te veroordelen aan [verweerster] te betalen een bedrag door de rechter in redelijkheid en billijkheid te bepalen dan wel
b. [eiser] c.s. te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag dat gelijk is aan het door [verweerster] verrichte meerwerk dan wel een bedrag in redelijkheid door de rechter te bepalen met inachtneming van het in het verzoekschrift gestelde en met veroordeling van [eiser] c.s. tot betaling van de wettelijke rente sedert 2 juli 1997, zijnde de eerste dag van aanmaning.
[Eiser] c.s. hebben de vorderingen bestreden en in reconventie - na vermeerdering van eis - gevorderd [verweerster] te veroordelen tot betaling aan hen van de bedragen Afl. 55.751,-- en Afl. 6.643,93.
[Verweerster] heeft in reconventie de vordering bestreden.
Het gerecht heeft bij tussenvonnis van 12 januari 2000 in conventie de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van [verweerster] en in reconventie [verweerster] veroordeeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] c.s. te betalen het bedrag van Afl. 53.185,93 en de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van beide partijen.
Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard eindvonnis van 27 september 2000 heeft het gerecht in conventie [eiser] c.s. veroordeeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verweerster] te betalen een bedrag van Afl. 20.145,68, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 1997 tot aan de dag der algehele voldoening, en het meer of anders gevorderde afgewezen. In reconventie heeft het gerecht [verweerster] veroordeeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] c.s. te betalen het bedrag van Afl. 9.209,-- en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen beide vonnissen heeft [verweerster] bij afzonderlijke akten hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna: het hof.
Het hof heeft beide hoger beroepen gevoegd behandeld.
Bij tussenvonnis van 15 mei 2001 heeft het hof in conventie de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van [verweerster] en bij tussenvonnis van 20 november 2001 [verweerster] tot bewijslevering toegelaten.
Het hof heeft bij eindvonnis van 16 september 2003 beide bestreden vonnissen van het gerecht vernietigd en, opnieuw rechtdoende:
in conventie: [eiser] c.s. veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs aan [verweerster] te betalen een bedrag van Afl. 102.365,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juli 1997 tot aan de dag van de algehele voldoening, dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen;
in reconventie: de vordering van [eiser] c.s. op [verweerster] afgewezen;
in conventie en in reconventie: [eiser] c.s. in de proceskosten in beide instanties veroordeeld, zoals in het dictum van het vonnis vermeld.
Het eindvonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindvonnis van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
[Eiser] c.s. hebben de zaak doen toelichten door hun advocaat en mr. J.H.M. van Swaaij, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 17 december 2004.