ECLI:NL:HR:2004:AR4368
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid autokosten als buitengewone lasten wegens invaliditeit
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 61.048. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag tot ƒ 60.854. Het geschil betrof de aftrekbaarheid van autokosten als buitengewone lasten wegens invaliditeit op grond van artikel 46 Wet Pro IB 1964.
Het Hof had geoordeeld dat de door belanghebbende gemaakte autokosten hoger waren dan die van vergelijkbare niet-invalide personen, maar hield geen rekening met een door belanghebbende ontvangen vergoeding van ƒ 2.407 voor woon-werkverkeer. De Hoge Raad stelde dat deze vergoeding in mindering gebracht moet worden op de aftrekbare kosten.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en oordeelde dat het bedrag van de autokosten, verminderd met de vergoeding, lager was dan het normale bestedingspatroon van vergelijkbare niet-invalide personen. Daarom was er geen recht op aftrek als buitengewone lasten. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Belanghebbende heeft geen recht op aftrek van autokosten als buitengewone lasten wegens invaliditeit.