ECLI:NL:HR:2004:AR4322

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/002HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen verlenging machtiging uithuisplaatsing gesloten inrichting

Verzoeker werd bij beschikking van de kinderrechter te Groningen onder toezicht gesteld en machtiging verleend tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting. Deze machtiging werd meerdere malen verlengd, waarbij de laatste verlenging door het gerechtshof te Leeuwarden werd bevestigd tot 1 mei 2004.

Verzoeker stelde hiertegen beroep in cassatie in. De Advocaat-Generaal adviseerde verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de termijn van de machtiging inmiddels was verstreken en verzoeker daardoor geen belang meer had bij het cassatieberoep.

De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2004.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het ontbreken van belang.

Uitspraak

5 november 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/002HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
WERKSTICHTING JEUGDBESCHERMING GRONINGEN,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming vestiging Groningen is verzoeker tot cassatie, geboren op [geboortedatum] 1988 (verder te noemen: verzoeker) bij beschikking van de kinderrechter in de rechtbank te Groningen van 9 oktober 2002 voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van verweerster in cassatie (verder te noemen: de stichting). Daarbij verleende de kinderrechter machtiging tot uithuisplaatsing van verzoeker in een gesloten inrichting voor de duur van drie maanden, welke machtiging bij beschikking van 8 januari 2003 met ingang van 9 januari 2003 voor de duur van twee maanden is verlengd.
Bij beschikking van 6 maart 2003 heeft de kinderrechter de machtiging voorlopig verlengd voor de duur van één maand. Bij beschikking van 3 april 2003 heeft de kinderrechter de machtiging verlengd voor de duur van de ondertoezichtstelling, dus tot 9 oktober 2003.
Op verzoek van de stichting heeft de kinderrechter bij beschikking van 17 september 2003 de termijn van de ondertoezichtstelling en de termijn van de machtiging verlengd voor de duur van een jaar ingaande 9 oktober 2003.
Tegen deze beschikking heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep betrof uitsluitend de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting.
Bij beschikking van 19 december 2003 heeft het hof verzoeker, ondanks zijn minderjarigheid, ontvankelijk geoordeeld in zijn hoger beroep en de beschikking voor wat betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing vernietigd en, in zoverre opnieuw beslissende, die machtiging verlengd tot 1 mei 2004.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De stichting heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijk-verklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De advocaat van verzoeker heeft bij brief van 23 september 2004 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden van 19 december 2003. Hierbij heeft het hof de beschikking van de kinderrechter te Groningen waarvan beroep wat betreft de verlenging van de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing van verzoeker in een gesloten inrichting voor de duur van een jaar met ingang van 9 oktober 2003, vernietigd en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de duur van de aan de stichting verleende machtiging tot uithuisplaatsing van verzoeker in een gesloten inrichting verlengd voor de periode vanaf 9 oktober 2003 tot 1 mei 2004.
Nu de termijn van de door het hof verlengde machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting inmiddels is verstreken, heeft verzoeker geen belang bij zijn cassatieberoep, zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 5 november 2004.