ECLI:NL:HR:2004:AR4036

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C03/192HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering arbeidsongeschiktheidsuitkeringen tegen verzekeraar

Eiser heeft Nationale-Nederlanden gedagvaard voor betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voortvloeiend uit een polis voor de periode van februari tot mei 1994 en vanaf augustus 1994. De rechtbank wees de vordering af, en het gerechtshof bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen. De klachten die eiser in cassatie aanvoerde, boden geen grond voor vernietiging van het arrest, mede omdat deze niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het geding in cassatie.

Deze uitspraak bevestigt de eerdere afwijzing van de vordering tot betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen door de verzekeraar en maakt een einde aan de procedure in deze zaak.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de vordering tot betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Uitspraak

17 december 2004
Eerste Kamer
Nr. C03/192HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G.C. Makkink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 7 januari 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: Nationale-Nederlanden - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Nationale-Nederlanden te veroordelen om haar betalings- en eventuele overige verplichtingen jegens [eiser], voortvloeiende uit de onder polisnummer 67.109.10582 aangegane arbeidsongeschiktheidsverzekering vanaf 19 februari 1994 tot 31 mei 1994 en vanaf 15 augustus 1994, althans vanaf 15 augustus 1994 na te komen, vermeerderd met de wettelijke rente over vanaf 19 februari 1994 tot 31 mei 1994 en vanaf 15 augustus 1994, althans vanaf 15 augustus 1994, althans vanaf de dag der dagvaarding, door Nationale-Nederlanden aan [eiser] verschuldigde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, met veroordeling van Nationale-Nederlanden in de kosten van het geding.
Nationale-Nederlanden heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 17 januari 2001 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Nationale-Nederlanden heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 11 maart 2003 heeft het hof in het principaal appel voormeld vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Nationale-Nederlanden heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nationale-Nederlanden begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 17 december 2004.