ECLI:NL:HR:2004:AR4007
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb bij belastingaanslag
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 112.577. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep gegrond verklaarde en de aanslag verder verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 111.548.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte niet had beslist over het verzoek van belanghebbende tot schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, terwijl dit verzoek uitdrukkelijk was gedaan en het beroep gegrond was verklaard.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het niet over de schadevergoeding had beslist en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling van dit verzoek. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het niet beslissen over het verzoek tot schadevergoeding en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.