ECLI:NL:HR:2004:AR3995
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat aantrillen afvalstoffen gelijkstaat aan persen voor volumieke massa tarief
Belanghebbende heeft voor het tijdvak januari 2001 een bedrag aan afvalstoffenbelasting betaald en hiertegen bezwaar gemaakt. De Inspecteur verleende een gedeeltelijke teruggaaf, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of het door belanghebbende toegepaste procédé van aantrillen om de volumieke massa van de organische natte fractie (ONF) te verhogen, als persen in de zin van artikel 5b van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag moet worden beschouwd. De Hoge Raad oordeelde dat aantrillen, waarbij mechanische kracht wordt gebruikt om de volumieke massa te verhogen zonder de samenstelling te veranderen, gelijkgesteld moet worden aan persen.
De Hoge Raad verwierp het betoog dat het Hof artikel 5b buiten de grenzen van het toelaatbare had opgerekt en benadrukte dat het niet relevant is of de volumieke massa tijdelijk of blijvend wordt verhoogd. Ook het argument dat aantrillen en persen technisch verschillen, deed daaraan niet af.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees op het belang van het tariefsysteem dat verbranding van afvalstoffen moet worden bevorderd boven storten. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat aantrillen gelijkstaat aan persen voor de afvalstoffenbelasting.