ECLI:NL:HR:2004:AR3658
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en vermindering ontnemingsvordering wegens overschrijding redelijke termijn en onjuiste vereenzelviging
In deze zaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 augustus 2002 vernietigd voor zover het de hoogte van het bedrag van de ontnemingsvordering en de opgelegde vervangende hechtenis betreft. De betrokkene werd verplicht tot betaling van een bedrag van €3.700.000, subsidiair drie jaar hechtenis, wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro heeft overschreden, wat leidt tot vermindering van de betalingsverplichting. Tevens werd geoordeeld dat het hof ten onrechte rechtspersonen met de betrokkene heeft vereenzelvigd bij de berekening van het voordeel, terwijl dit in haar algemeenheid onjuist is.
Het hof had het bewijs gebaseerd op diverse bewijsmiddelen, waaronder een grootboek en gegevens uit Zwitserland, waarvan de verdediging stelde dat deze onrechtmatig waren verkregen. Het hof had deze gegevens slechts ten voordele van de betrokkene geraadpleegd en het bewijsuitsluitingsverweer verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat het middel tot bewijsuitsluiting faalt, maar achtte het opleggen van vervangende hechtenis onjuist en stelde het te betalen bedrag vast op €3.500.000. Het beroep van de betrokkene werd voor het overige verworpen. Hiermee werd het arrest van het hof gedeeltelijk vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor de hoogte van de ontnemingsvordering en vervangende hechtenis en vermindert het te betalen bedrag tot €3.500.000.