ECLI:NL:HR:2004:AR3623
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens vervallen vergunning na strafbaar feit
De aanvraagster werd veroordeeld voor het niet uitvoeren van een nulsituatie-onderzoek binnen drie maanden na de inwerkingtreding van een milieuvergunning. Deze overtreding vond plaats op 11 januari 2002. Later bleek dat de vergunning waarop het voorschrift was gebaseerd op 1 oktober 2000 van rechtswege was komen te vervallen door een nieuw besluit.
De aanvraag tot herziening berustte op de stelling dat de straf voor het niet naleven van een inmiddels vervallen vergunning onterecht was. De Hoge Raad overwoog dat voor herziening slechts nieuwe feiten of omstandigheden die het onderzoek zouden beïnvloeden in aanmerking komen.
Omdat het vervallen van de vergunning pas na het strafbare feit plaatsvond, kon dit noch de bewezenverklaring noch de strafbaarheid aantasten. De Hoge Raad concludeerde dat het herzieningsverzoek kennelijk ongegrond was en wees het af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af omdat het vervallen van de vergunning na het strafbare feit geen invloed heeft op de strafbaarheid.