ECLI:NL:HR:2004:AR3257
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt boete en ontzegging rijbevoegdheid ondanks WAO-uitkering
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor overtreding van artikel 163 lid 2 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 tot een geldboete van €1250, subsidiair 25 dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor acht maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat zijn draagkracht onvoldoende was vanwege een WAO-uitkering van ongeveer €700 per maand en een lening bij de Gemeentelijke Kredietbank. Het hof oordeelde echter dat de draagkracht toereikend was om de boete te voldoen, mede omdat geen nadere gegevens over de lening waren verstrekt.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom de boete passend was, mede gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De Hoge Raad verwierp het middel dat meer motivering eiste over de draagkracht van de verdachte en bevestigde het oordeel van het hof.
Het cassatieberoep werd daarom verworpen en de strafoplegging, inclusief de boete en de ontzegging van de rijbevoegdheid, bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de boete van €1250 en de ontzegging van de rijbevoegdheid van acht maanden.