ECLI:NL:HR:2004:AR3109
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing landbouwvrijstelling bij verkoop grond voor natuurbeheer
Belanghebbende exploiteerde in maatschapsverband een landbouwbedrijf op twee boerderijen met bijbehorende gronden. In 1998 werden deze boerderijen en gronden verkocht aan een vereniging die de gronden wilde gebruiken voor natuurbeheer, waarbij extensieve begrazing plaatsvindt ter instandhouding van het open landschap.
De Inspecteur legde voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op, welke na bezwaar werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarbij het oordeel werd bevestigd dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing was omdat de gronden niet meer voor agrarische productie werden gebruikt maar voor natuurbeheer.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat het oordeel, als verweven met feitelijke waarderingen, niet in cassatie getoetst kan worden. Het tweede middel werd eveneens verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; landbouwvrijstelling is niet van toepassing op verkoop grond voor natuurbeheer.