ECLI:NL:HR:2004:AR3104
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Toegang burgerlijke rechter bij aansprakelijkstelling op grond van Invorderingswet 1990
De ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk voor een deel van de vennootschapsbelastingaanslagen van X Beleggingsmaatschappij B.V. over 1991 en 1992, inclusief verhogingen en heffingsrente. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslagen, maar de ontvanger nam deze bezwaren niet in behandeling. Belanghebbende ging daarop in beroep bij het Hof, dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De kernvraag was of belanghebbende als aansprakelijkgestelde toegang had tot de belastingrechter voor bezwaar en beroep tegen de aanslagen. De Hoge Raad oordeelde dat op het moment van bezwaar maken belanghebbende geen wettelijke bevoegdheid had om bezwaar en beroep tegen de aanslagen aan te wenden bij de belastingrechter.
Het Hof had daarom terecht geoordeeld dat belanghebbende zich tot de burgerlijke rechter moest wenden en niet tot de belastingrechter. Dit oordeel bleef ook gelden ongeacht of de brief van 16 juli 1999 aan belanghebbende van de ontvanger of inspecteur afkomstig was. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende zich tot de burgerlijke rechter moet wenden.