ECLI:NL:HR:2004:AR2781

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/060HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toewijzing huurrecht echtelijke woning aan man na echtscheiding

De vrouw verzocht bij de rechtbank echtscheiding en de toewijzing van het huurrecht van de echtelijke woning aan haar. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en wees het huurrecht toe aan de vrouw. De man stelde hoger beroep in tegen de toewijzing van het huurrecht. Het gerechtshof vernietigde het besluit van de rechtbank en wees het huurrecht toe aan de man.

De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking van het hof. De Hoge Raad beoordeelde het cassatieberoep en concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het hofbesluit dat het huurrecht van de echtelijke woning aan de man wordt toegewezen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de vice-president van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het huurrecht van de echtelijke woning wordt aan de man toegewezen.

Uitspraak

26 november 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/060HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: G.J. Schuurman.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 13 maart 2002 ter griffie van de rechtbank te Breda ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding tussen haar en verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken en - voor zover in cassatie nog van belang - als nevenvoorziening verzocht te bepalen dat het huurrecht van de echtelijke woning aan haar wordt toegewezen.
De man heeft bij verweerschrift tevens zelfstandig de rechtbank verzocht de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in dit nevenverzoek, althans haar dit verzoek te ontzeggen, en het huurrecht van de echtelijke woning aan hem toe te wijzen.
De rechtbank heeft bij beschikking van 29 juli 2002 echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Voorts heeft zij bepaald dat de vrouw de huurster van de echtelijke woning zal zijn.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 25 maart 2003 heeft het hof de bestreden beschikking wat de toewijzing van het huurrecht van de echtelijke woning aan de vrouw betreft vernietigd en, in zoverre opnieuw beschikkende, het huurrecht van de echtelijke woning aan de man toegewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 26 november 2004.