ECLI:NL:HR:2004:AR2713
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid leeftijdsgebonden inkomensverdeling tussen echtgenoten
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 81.878. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof artikel 5, lid 4, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, dat een leeftijdsgebonden toerekening van inkomensbestanddelen tussen echtgenoten voorschrijft. Belanghebbende stelde dat deze regeling in strijd was met het verbod op leeftijdsdiscriminatie zoals neergelegd in artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat deze toerekening niet bedoeld is om een echtgenoot fiscaal te bevoordelen of te benadelen ten opzichte van de andere, en dat de regeling niet automatisch leidt tot een voordeligere positie voor de oudere of jongere echtgenoot. De klachten faalden daarom. Ook werd geen aanleiding gezien om de tweede klacht te behandelen. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de leeftijdsgebonden inkomensverdeling tussen echtgenoten is rechtmatig.