ECLI:NL:HR:2004:AR2468
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.L.M. Urlings
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe omstandigheden bij vervalst reisdocument
De aanvraagster werd door de Politierechter veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens het bezit van een vervalst reisdocument. Zij verzocht om herziening van dit vonnis op grond van de stelling dat de pasfoto in haar paspoort bij verlenging in 1999 door de Franse autoriteiten was aangebracht, waardoor zij niet redelijkerwijs kon vermoeden dat het paspoort vervalst was.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond zou kunnen verklaren en de zaak zou verwijzen naar het Gerechtshof Amsterdam. Echter, na onderzoek bij de Franse autoriteiten bleek dat bij de verlenging van het paspoort in 1999 slechts een schriftelijke aantekening werd gemaakt over de geldigheidsduur, en de oorspronkelijke pasfoto niet was vervangen.
Hierdoor ontbrak de nieuwe omstandigheid die het ernstige vermoeden zou kunnen wekken dat het oorspronkelijke vonnis onjuist was. De Hoge Raad oordeelde dat de herzieningsaanvraag ongegrond was en wees deze af conform art. 468 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens ontbreken van nieuwe omstandigheden die het oorspronkelijke vonnis zouden kunnen wijzigen.