ECLI:NL:HR:2004:AR2435
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing strafvermindering wegens detentieregime drugskoerier
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens invoer van cocaïne. Tijdens de voorlopige hechtenis werd hij ondergebracht in een afwijkend regime op grond van de Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers. De verdediging voerde aan dat deze detentiesituatie in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod zoals neergelegd in internationale verdragen.
Het hof oordeelde dat het afwijkende regime objectief en redelijk gerechtvaardigd was vanwege de noodsituatie waarop de wet berustte. De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst het beroep af. Tevens stelt de Hoge Raad dat er geen rechtsregel bestaat die de strafrechter verplicht om de wijze van tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis mee te wegen in de strafoplegging.
De Hoge Raad benadrukt dat het aan de feitenrechter is om factoren voor strafoplegging te waarderen en dat het voor de strafrechter meestal onmogelijk is om verschillen in tenuitvoerlegging vast te stellen en te beoordelen. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gevangenisstraf van 36 maanden blijft gehandhaafd.