ECLI:NL:HR:2004:AR2383
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en betaling wegens dwangsommen en waardevermindering woning
De vrouw heeft de man gedagvaard voor de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en betaling van een bedrag aan haar. De man heeft dit bestreden en in reconventie ook een vordering ingesteld. De rechtbank heeft de verdeling vastgesteld en de man veroordeeld tot betaling aan de vrouw van een bedrag, vermeerderd met rente. Het hof heeft het vonnis deels vernietigd en de man veroordeeld tot een veel lager bedrag.
De vrouw stelde dat zij recht had op de helft van het saldo na verkoop van de echtelijke woning en op vergoeding van een schuld die zij had voldaan in verband met dwangsommen wegens haar telefoonterreur. De man stelde dat hij een vordering had wegens de helft van de dwangsommen en wegens waardevermindering van de woning door vernielingen die de vrouw had veroorzaakt.
Het hof bepaalde de waardevermindering op 20.000 gulden en bracht deze en de dwangsommen in mindering op het bedrag dat de man aan de vrouw moest betalen. De Hoge Raad oordeelt echter dat de waardevermindering en de dwangsommen al voor de helft ten laste van de vrouw zijn gebracht bij de verdeling van de verkoopopbrengst van de woning. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het hof een bedrag van 969,48 gulden toekende en bepaalt dat de man een bedrag van 10.200,44 euro aan de vrouw moet voldoen, vermeerderd met rente.
De overige klachten worden verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2004.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat de man een bedrag van € 10.200,44 aan de vrouw moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente, en vernietigt het arrest van het hof voor zover het een lager bedrag toekende.