ECLI:NL:HR:2004:AR2244
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen afschrijving op eeuwigdurend winstrecht in vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over een belastbaar bedrag van ƒ 1.458.774. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde onder meer dat het winstrecht, dat recht geeft op een aandeel in de overwinst van een vennootschap onder firma, niet mag worden afgeschreven omdat het geen waardevermindering ondergaat door slijtage.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het Hof. De Hoge Raad overwoog dat het Hof terecht had geoordeeld dat geen afschrijving mogelijk is op het winstrecht, omdat dit een eeuwigdurend recht betreft zonder technische of economische slijtage. Daarnaast mocht bij de waardering geen rekening worden gehouden met een liquidatie van de vennootschap, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat deze binnen afzienbare tijd zou plaatsvinden.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest bevestigt de vaste jurisprudentie dat een eeuwigdurend winstrecht geen bedrijfsmiddel is waarop afschrijving kan plaatsvinden en dat toekomstige onzekere gebeurtenissen slechts in aanmerking worden genomen indien een redelijke kans bestaat dat zij zich voordoen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel dat het winstrecht niet kan worden afgeschreven blijft in stand.