ECLI:NL:HR:2004:AR1289
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid voor bankgaranties na inbreng eenmanszaak in besloten vennootschap
In deze zaak vorderde verweerder betaling van een geldbedrag op grond van bankgaranties die hij had afgegeven als borg voor schulden van derden. Eisers stelden zich niet-ontvankelijk omdat verweerder zijn eenmanszaak met activa en passiva had ingebracht in een besloten vennootschap, waardoor volgens hen niet verweerder maar de B.V. de vordering had.
De rechtbank wees de vordering toe, en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof overwoog dat de inbreng van activa en passiva in een B.V. geen goederenrechtelijke levering inhoudt zonder een akte van cessie, en dat de oprichtingsakte van de B.V. niet als zodanige akte kan worden beschouwd. Eisers voerden in cassatie aan dat de inbreng wel een goederenrechtelijke levering is en dat de oprichtingsakte als cessieakte kan gelden.
De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat voor overdracht van vorderingen een akte van cessie vereist is volgens artikel 3:94 BW Pro. De verklaring in de oprichtingsakte dat de oprichter verplicht is tot inbreng, is niet voldoende voor levering. Hierdoor blijven eisers hoofdelijk aansprakelijk voor de bankgaranties. De Hoge Raad veroordeelde eisers in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van eisers voor de bankgaranties.