ECLI:NL:HR:2004:AQ9834
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in zaak Schiedammer parkmoord na toetsing bekentenissen en slachtofferverklaringen
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage in de zaak van de Schiedammer parkmoord, waarbij de aanvrager veroordeeld werd voor onder meer doodslag, poging tot doodslag, verkrachting en vrijheidsberoving van minderjarigen. Het verzoek tot herziening betrof onder meer nieuwe deskundigenrapporten die de betrouwbaarheid van de bekentenissen en verklaringen van een slachtoffer in twijfel trokken.
De Hoge Raad oordeelde dat de conclusies van prof. Van Koppen over de bekentenissen geen novum vormden, maar slechts een afwijkende mening waren gebaseerd op reeds bekende feiten en stukken. Eveneens oordeelde de Hoge Raad dat het hof zich zelfstandig een oordeel had gevormd over de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer, waarbij de verklaringen van deskundigen Hees en Bullens niet als definitief oordeel over het waarheidsgehalte van die verklaringen konden worden gezien.
De Hoge Raad ging in op de inhoudelijke toetsing van de verklaringen, het verhoorproces en de consistentie van de verklaringen van het slachtoffer. Ook werd de kritiek op de gebruikte psychologische methoden besproken, waarbij werd vastgesteld dat de rapporten niet tot een ander oordeel hadden moeten leiden. Uiteindelijk concludeerde de Hoge Raad dat er geen feiten of omstandigheden waren die het ernstig vermoeden wekten dat het onderzoek tot vrijspraak had moeten leiden.
Daarom werd het herzieningsverzoek als kennelijk ongegrond afgewezen en bleef de veroordeling van achttien jaar gevangenisstraf met terbeschikkingstelling en bevel tot verpleging in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt de veroordeling tot achttien jaar gevangenisstraf met terbeschikkingstelling en bevel tot verpleging.