ECLI:NL:HR:2004:AP9660
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over erkenning buitenlandse kinderen voor aftrek buitengewone lasten
Belanghebbende had in 1999 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen waarbij een bedrag als buitengewone lasten voor het levensonderhoud van drie in Turkije erkende kinderen van zijn echtgenoot A werd betwist. Het hof had geoordeeld dat de kinderen niet als eigen kinderen konden worden beschouwd omdat de erkenning niet volgens Nederlands recht was verricht.
In cassatie stelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte niet had toegepast dat volgens het Nederlands internationaal privaatrecht ook familierechtelijke betrekkingen die in het buitenland rechtsgeldig zijn tot erkenning in Nederland leiden. Dit betekent dat de kinderen die volgens Turks recht erkend zijn, ook als eigen kinderen van A moeten worden aangemerkt voor de aftrek van buitengewone lasten.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van deze maatstaf. Tevens werd bepaald dat de Staat het griffierecht van belanghebbende vergoedt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.