ECLI:NL:HR:2004:AP8074
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door directeur en aandeelhouder
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd opgelegd aan een directeur en enig aandeelhouder van een B.V., die tevens beherend vennoot was van een C.V. die milieumisdrijven beging.
Het hof stelde vast dat de C.V. kosten bespaarde door vervuild Maas-slib in strijd met milieuregels terug te brengen in de Maas en onder bestrating te verwerken, waardoor een financieel voordeel ontstond. Dit voordeel werd toegerekend aan de B.V. en vervolgens aan de directeur/aandeelhouder, die feitelijk leiding gaf en alle relevante beslissingen nam.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het voordeel aan de betrokkene toerekende en dat het verweer dat alleen schade was geleden onvoldoende was onderbouwd om de betalingsverplichting te vermijden. Wel vernietigde de Hoge Raad het deel van het vonnis waarin vervangende hechtenis werd opgelegd, conform nieuwe wetgeving.
Verder werd het beroep afgewezen, en werd bevestigd dat het hof niet hoefde te beslissen op het verweer dat door conservatoir beslag geleden schade zou leiden, omdat dit geen uitdrukkelijk en met argumenten ondersteund draagkrachtverweer betrof.
De Hoge Raad bevestigt daarmee de ontnemingsmaatregel van € 425.000,-, met vernietiging van de vervangende hechtenis, en wijst het beroep voor het overige af.
Uitkomst: Betrokkene is verplicht tot betaling van € 425.000,- ontnemingsbedrag, vervangende hechtenis is vernietigd.